Telefoneren   Telefonear
voz: Francisca Díaz Martinez
Ja (zeg het maar) Diga
Hallo, met Amagoia Hola, soy Amagoia
Kan ik met Rosa spreken? ¿Puedo hablar con Rosa?
Een ogenblikje, alstublieft Un momento, por favor
Blijf even aan de lijn No cuelgue, por favor
Ze is niet thuis No está en casa
Je spreekt met Eugenia Soy Eugenia
Met wie spreek ik? ¿Con quién hablo?
Spreek ik met Carlos? ¿Eres Carlos?
Ik bel je op Te llamo
Ik wil graag telefoneren Quisiera llamar por teléfono
Waar kan ik telefoneren? ¿Dónde puedo llamar por teléfono?
Heb je een mobiele telefoon? ¿Tienes móvil?
Wat is je telefoonnummer? ¿Cuál es tu número de teléfono?
Wat is je mobiele nummer? ¿Cuál es tu número de móvil?
Het nummer is in gesprek Está comunicando
Ik krijg geen gehoor No me contestan
Verkeerd verbonden Se ha equivocado de número
De lijn is bezet La linea está ocupada
De verbinding is slecht No se oye bien
Ik verbind u door Le paso la llamada
Wilt u vragen of hij/zij mij terugbelt? Dígale que me llame
Waar kan ik telefoneren? ¿Dónde puedo telefonear?
Waar is een telefooncel? ¿Dónde hay una cabina telefónica?
Ik hoor je niet goed No te oigo bien
Kunt u duidelijker spreken? ¿Podría hablar más claro?
Wilt u mij verbinden met...... ¿Quiere usted ponerme con....?
Het nummer is in gesprek El número está ocupado
Er is telefoon voor u Le llaman al teléfono
Pardon, ik ben verkeerd verbonden Perdone, me he confundido
Kunt u dat herhalen? ¿Me lo puede repetir, por favor?
Kan ik terugbellen? ¿Puedo volver a llamar?
Kan ik een boodschap doorgeven? ¿Puedo dejar un recado?
Er is telefoon voor je Hay una llamada para tí
Wie is er aan de telefoon? ¿Quién está al teléfono?
Kun je de telefoon opnemen? ¿Puedes coger el teléfono, por favor?
Wat is het netnummer? ¿Cuál es el prefijo?
Dit is een noodgeval ¡Es una emergencia!
Wat zijn de kosten van het gesprek? ¿Cuánto cuesta la llamada?
Ik heb het verkeerde nummer gedraaid He marcado mal